De penningen bestemd voor de militairen werden
geleverd door de Koninklijke Nederlandse fabriek van gouden en zilveren werken
Gerritsen & Van Kempen te Zeist. In 1948 kostten de penningen 1,60 gulden
per stuk en in 1950 1,70 gulden. De penningen werden ook gegraveerd bij
Geritsen & Van Kempen. Het graveren kostte vier cent per letter.
De penning is van brons en heeft een doorsnede
van 50 mm, een dikte van 5,5 mm en een gewicht van 63 gram. Op de voorkant
staat een zittende vrouwenfiguur afgebeeld, gekleed in een Romeins gewaad,
voorstellend de Nederlandse maagd. Met haar linkerhand houdt zij een
wapenschild met daarop het wapen van de gemeente Zeist vast. Met haar
rechterhand houdt zij een lauwerkrans omhoog. Onder deze krans is het gemeentehuis
van Zeist afgebeeld. Als tekst staat op deze kant van de penning:
‘ eeremedaille der gemeente zeist ’. Op
de keerzijde van de penning staat de tekst: ‘ter
herinnering aan ind. mil. dienst aan’. Daarna volgt de naam en de rang
van de demobilisant aan wie de penning werd uitgereikt. Deels wordt de tekst
omkranst door twee lauriertakken, die in het midden boven samenkomen.
De leerlingen van de Ambachtsschool maakten
standaardjes voor de penningen.
De afbeelding op de voorzijde is niet speciaal
voor deze penning ontworpen. De penning werd al in 1914 ontworpen. Voor de
keerzijde werd wel in 1948 een nieuwe stempel vervaardigd. Daarvoor moest 25
gulden worden betaald.
De penning is niet gesigneerd, maar het is een
ontwerp van de Duitse graveur-beeldhouwer Hermann Thierer (Stuttgart, 1882-?).
|