Eremedaille Indische militairen

Demobilisatiecomité Zeist

Voor de handhaving van het Nederlandse gezag werden ruim 120.000 Nederlandse militairen van de Koninklijke Landmacht naar Indonesië overgebracht. Uit Zeist hebben 537 dienstplichtigen en OVW’ers in Indonesië gediend. Daarnaast dienden ook Zeistenaren als beroepsmilitair in Indonesië. Uit Zeist zaten eind 1947 ongeveer 130 manschappen in Indonesië en medio april 1949 werd hun aantal op 250 geschat. Drie maanden later bedroeg hun aantal 220 (211 op Java en 9 op Sumatra). Onder die militairen waren ook enkele jonge vrouwen.

In 1946 werd er vanuit gegaan dat het verblijf van de dienstplichtigen en de OVW’ers in Indonesië maximaal twee jaar zou duren. Over hun terugkeer naar Nederland bestond regelmatig verschil van mening tussen de legerleiding in Indonesië en de Nederlandse regering. De repatriëring nam in 1948 een aanvang. De gang van zaken bij de demobilisatie was geregeld in het Besluit Demobilisatievoorzieningen 1948.

Bij hun terugkeer in Nederland mocht de familie hen niet in de ontschepinghaven afhalen. Voor vervoer naar hun woonplaats zorgden de militaire autoriteiten. Daar wachtte de militairen vaak een enthousiast onthaal door familie, vrienden en buren. In Den Dolder bracht bijvoorbeeld de muziekvereniging Excelsior de gerepatrieerde militairen een serenade en kregen zij cadeaus aangeboden. Daaruit mag niet worden afgeleid dat alle militairen bij hun terugkeer na twee jaar uit de tropen een feestelijk onthaal ten deel viel. Hooguit stond er voor hen een ereboog op het tuinpad met een bordje ‘Welkom thuis’. De familie en naaste omgeving van die militairen zullen zeker blij geweest zijn hen terug te zien, maar het werd niet uitbundig geuit.

Gemeentebesturen verheugden zich ook in de veilige thuiskomst van zijn plaatsgenoten. Het gemeentebestuur van Zeist schreef aan de Zeister gedemobiliseerde militairen: ‘Niet alleen Uw gezin verheugt zich over Uw terugkeer in haar midden, ook de gemeente Zeist wil U haar belangstelling tonen bij Uw demobilisatie.’

In september 1947 werd de Nationale Demobilisatie Raad ingesteld, met als voorzitter prins Bernhard. Om de opvang van de gedemobiliseerde militairen te regelen volgens de door de regering c.q. de Nationale Demobilisatie Raad gegeven richtlijnen, werd een plaatselijk demobilisatiecomité in het leven geroepen. Voorzitter was burgemeester Mr. A.P. Korthals Altes en de gemeenteambtenaar J.J. van den Bosch secretaris-penningmeester.

De burgemeester nodigde als voorzitter van het Demobilisatiecomité Zeist vertegenwoordigers van een aantal Zeister maatschappelijke organisaties en verenigingen uit voor een bespreking op vrijdag 13 februari 1948 over de opvang van de gedemobiliseerde militairen. Uitgenodigd waren het Nationaal Thuisfront Band Nederland-Indië, het Protestants Thuisfront, het R.K. Thuisfront, de vereniging Ons Contact met Indië uit Den Dolder, de Vereniging Austerlitz Belang, de Nederlands Christelijke Vrouwenbond, de afdeling Zeist van de Vereniging van Huisvrouwen, de afdeling Zeist van het Nederlands Rode Kruis, de afdeling Zeist van de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers, de Zeister Middenstandscentrale, de Federatie van Buurt- en  Belangenverenigingen, de werkgeversorganisaties en de Vereniging van Huiseigenaren. De vakorganisaties waren mede uitgenodigd, maar waren niet aanwezig. De aanwezigen waren allen bereid zitting te nemen in het comité, dat daarna ook wel Zeister Demobilisatie Raad werd genoemd.

Het Demobilisatiecomité stelde zich tot doel de gedemobiliseerden en hun gezinnen behulpzaam te zijn indien zich moeilijkheden voordeden op het gebied van het vinden van een werkkring, herscholing, het aanvangen of voortzetten van een studie, de huisvesting, de distributie, of ingeval van aanpassingsmoeilijkheden bij de terugkeer naar het burgerleven. De secretaris van het comité, de heer J.J. van den Bosch, was hen behulpzaam bij het oplossen van hun problemen.

Ondanks alle instanties die bereid waren daar waar nodig hulp te verlenen, konden zij ook steeds bij de burgemeester aankloppen. Die liet zich kennen als een echte burgervader. Hij schreef aan de gedemobiliseerde militairen: ‘Mijn belangstelling zal zich zeker niet beperken tot deze officiële ontvangst; ook verder hoop ik U met raad en daad te kunnen bijstaan, indien er zich bij Uw terugkeer in de burgermaatschappij moeilijkheden en problemen mochten voordoen.’ Het waren beslist geen loze woorden van Korthals Altes maar hij zette zich ook daadwerkelijk in.

Een van de verenigingen die zitting hadden in het Demobilisatiecomité was het Nationaal Thuisfront Band Nederland-Indië; later veranderd in Nederland-Indonesië. Het was een niet-kerkelijke landelijke vereniging voor ouders, vrouwen en verloofden van naar Indonesië vertrokken militairen, met ongeveer 180 afdelingen. Het doel van de op 9 november 1945 opgerichte vereniging, de statuten werden op 14 december van dat jaar vastgesteld, was de militairen op alle mogelijke manieren hulp te verlenen. Men stuurde bijvoorbeeld met Kerstmis en Pasen pakjes naar de uit Zeist afkomstige militairen in Indonesië.

Het bestuur van de afdeling Zeist werd in 1950 gevormd door kapitein A. Bos jr., voorzitter, mevrouw A. Wijnstok-Bakker, vice-voorzitter, mevrouw D.J. Witte-Rappard, secretaris, H. Geill, penningmeester, en als leden de dames J.A. Jutte-Bood en W. van der Linden-van Spijk (deze laatste woonde in Driebergen).

Door de Band Nederland-Indonesië werd op 23 augustus 1950 de Stichting Fomiba opgericht. Het doel van die stichting was de zorg voor de zieke en gewonde militairen en de militairen die overzee dienden. Het stichtingsbestuur werd gevormd door dezelfde leden die het bestuur van de Band Nederland-Indonesië vormden.

In april 1951 verbleven nog slechts zeven militairen uit Zeist in het buitenland. Daarmee kwam een einde aan de taak waarvoor de vereniging Band Nederland-Indonesië was opgericht. In verband met de opheffing werd op 19 april 1951 door de vereniging voor een aantal genodigden in Boschlust een gezellige avond georganiseerd.[1]

In Den Dolder was voor hetzelfde doel de vereniging Ons Contact met Indië opgericht. De voorzitter was N. Valken en secretaris de heer Hartog. Na terugkomst op 12 januari 1951 van de beroepsmilitair Pieter Johannes Willem van Amerongen (1929), de laatste militair uit Den Dolder die uit Indonesië terugkeerde, werd de vereniging na een driejarig bestaan nog in hetzelfde jaar op 27 januari opgeheven.

Het Demobilisatiecomité werd nooit officieel opgeheven.