Naast drager van de gemeentelijke erepenning
zijn de meeste uit Zeist afkomstige militairen ook drager van het Ereteken voor
Orde en Vrede, eventueel met een of meer jaargespen. Nederland heeft een rijke
traditie op het punt van militaire onderscheidingen. Bij Koninklijk besluit van
2 december 1947, nummer 4, werd het Ereteken voor Orde en Vrede ingesteld. De
onderscheiding werd toegekend aan de militairen van de Koninklijke Marine, van
de Koninklijke Landmacht en van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger die in
Nederlands-Indië in de periode 1945-1949 tenminste drie maanden in werkelijke
dienst zijn geweest. Aan de onderscheiding konden gespen worden verbonden. De
gespen gaven de jaren aan waarin daadwerkelijk aan militaire acties werd deelgenomen.
Bij de debarkatie na hun repatriëring
ontvingen de militairen een formulier voor het aanvragen van de onderscheiding.
Eind december 1949 werd aan de burgemeesters
verzocht de verleende onderscheidingen aan belanghebbenden uit te reiken. De
minister van Oorlog vond dat door de uitreiking door de burgemeesters aan die
uitreiking een cachet werd verleend, waardoor de waarde van de onderscheiding,
in het oog van hen die haar verdienden, aanmerkelijk werd verhoogd. Het oordeel
van de minister toont nogmaals aan dat in Zeist de eremedaille op gepaste wijze
werd uitgereikt. In maart 1953 had haast iedereen die daarvoor in aanmerking
kwam, de onderscheiding ontvangen.
|