Ondanks de aanprijzing van de eremedaille door
de burgemeester bij de uitreiking dat het een kostbaar geschenk was, werd zij
door veel militairen zonder veel enthousiasme in ontvangst genomen. De uitreiking
werd door hen meer als een verplichting gezien, volgens de oud-secretaris van
het Demobilisatiecomité in een interview. Met het ouder worden zien
verscheidene van de gedecoreerden de waarde van de onderscheiding wel in. Zo
vroeg in 1986 iemand die door veel verhuizingen zijn medaille was kwijtgeraakt,
aan het gemeentebestuur of hij die onderscheiding opnieuw kon krijgen. Een
ander die naar Australië was geëmigreerd en de medaille ook niet meer bezat,
stelde in 1996 dezelfde vraag.
De gedemobiliseerden die verhinderd waren de
officiële ontvangst waarvoor zij waren uitgenodigd bij te wonen, werden voor
een volgende ontvangst uitgenodigd. Zij die schriftelijk te kennen gaven niet
in de gelegenheid te zijn de officiële ontvangst bij te wonen, kregen de
eremedaille thuis bezorgd.
Vijftien gegradueerden hebben de eremedaille
niet in ontvangst genomen. Hun namen staan vermeld in het overzicht dat
hierbij is opgenomen. De penningen die voor hen bedoeld waren, worden bewaard
in het Gemeentearchief Zeist.
Het Gemeentearchief bezit ook de eremedaille
die verleend werd aan Jacob Gijsbertus Steenbeek. De penning werd aan de
gemeente Zeist teruggegeven in verband met onvrede over de huisvesting van het
gezin, dat een gehandicapt kind had.[2]
Het postkantoor te Heerlen stuurde op 17
januari 1972 de penning van Hendrik van Zeitveld naar de gemeente Zeist. De
penning was gevonden in een brievenbus in Heerlen. Was dat een protestactie van
Van Zeitveld tegen het bezoek van de Japanse keizer Hirohito aan Nederland in het
najaar van 1971? Ook die penning is nu in het bezit van het Gemeentearchief
Zeist.
|