Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945
riepen Soekarno en Hatta op 17 augustus de Republiek Indonesië uit. De
Nederlandse regering wilde die nieuwe situatie in het overzeese gebiedsdeel
niet zonder meer accepteren. Herstel van de orde en veiligheid was voor de
regering op dat moment het belangrijkst. Schrijnend was het dat de door de
Japanners geïnterneerde Nederlanders de kampen niet konden verlaten.
Ongeregelde strijdgroepen van jonge Indonesische nationalisten maakten
duizenden slachtoffers onder de Nederlandse, Nederlands-Indische, Molukse en
Chinese burgers.
Oorlogsvrijwilligers (OVW’ers) meldden zich
aan om naar Indonesië te gaan. Al in de nazomer van 1945 gingen de eerste
OVW-bataljons op weg. Groot-Brittannië oefende namens de geallieerden het
tijdelijk gezag uit over Indonesië en gaf de troepen geen toestemming aan land
te komen. Pas op 9 maart 1946 kon een voorhoede van het Nederlandse leger bij
Batavia (Jakarta) landen. De Nederlandse troepenmacht zou uitgroeien tot meer
dan 120.000 man. In september 1946 werden de eerste dienstplichtige militairen
naar Indonesië uitgezonden. Deze militairen hadden geen enkele tropenervaring.
Door Britse bemiddeling kwam op 24 oktober
1946 een wapenstilstand tot stand tussen Nederland en de Republiek Indonesië.
Met de ondertekening van de Overeenkomst van Linggadjati op 25 maart 1947
erkende Nederland het gezag van de Republiek over Java, Madura en Sumatra.
Op 21 juli 1947 begon Nederland een
politionele actie tegen de jonge republiek. De redenen daartoe waren de
hachelijke Nederlandse financiële positie in Indonesië, alsmede de wil om de
Nederlandse invloed op Java en Sumatra veilig te stellen en de
bestandsschendingen. Onder internationale druk werd de actie, die succesvol was
verlopen, op 5 augustus gestaakt. Bij deze actie verloren 169 Nederlandse
militairen hun leven. In december 1948 werd een tweede politionele actie
uitgevoerd. De actie begon op 19 december. Op 31 december was het doel, althans
op Java, bereikt. Op Sumatra ging de strijd nog door. Het Nederlandse leger
raakte echter als gevolg van een verheviging van de guerrilla door de
tegenstander steeds meer verwikkeld in een guerrillaoorlog.
Het Nederlandse optreden werd door de
Veiligheidsraad op 28 januari 1949 veroordeeld en de Verenigde Staten dreigden
met sancties. Na maandenlange onderhandelingen droeg Nederland op 27 december
1949 de soevereiniteit over aan de Indonesische regering.
Gedurende het conflict sneuvelden 2526
militairen en overleden 2225 militairen ten gevolge van ziekte of een ongeval.
|