Door R.P.M. Rhoen
Zorg voor de kwaliteit
Direct na de bevrijding in mei 1945 werden in
Nederland talrijke monumentencommissies in het leven geroepen voor het
oprichten van gedenktekens ter herinnering aan de oorlog, de bevrijding, het
verzet, de gefusilleerden, de gesneuvelden enz. Geschrokken door deze uitbarsting
van gedenktekens, vaak meer spontaan dan artistiek verantwoord, verzocht de
Nederlandse Kring van Beeldhouwers in juni 1945 het Militair Gezag een
voorlopig verbod tot het oprichten van oorlogsmonumenten af te kondigen. Het
Nationaal Instituut verzocht in een circulaire van juni 1945 de
gemeentebesturen alle plannen aangaande het oprichten van gedenktekens ter
kennis te brengen van het Nationaal Instituut en ze te toetsen aan de richtlijnen,
zoals die door hem waren opgesteld. De Grote Advies-Commissie der Illegaliteit
richtte zich op 13 juli van dat jaar tot de gemeentebesturen met het verzoek om
in kennis te worden gesteld van alle plannen die er dienaangaande bestonden
betreffende de illegaliteit.
Bij Koninklijk Besluit van 15 oktober 1945
(Staatsblad nr. F 231) werd het verboden om oorlogs- of vredesgedenktekens op
te richten, te plaatsen of aan te brengen op openbare of van de openbare weg af
zichtbare plaatsen, zonder goedkeuring van het ontwerp door de minister van Onderwijs,
Kunsten en Wetenschappen.
In twee circulaires, een van 23 april 1946 en de
ander van 29 januari 1948, vestigde de Utrechtse commissaris van de Koningin de
aandacht op dit KB, omdat het voorkwam dat autoriteiten in een of andere vorm
bijdroegen tot de totstandkoming van gedenktekens, die in strijd met de
wettelijke bepalingen werden opgericht.
Voordat de overheid regulerend ging optreden,
waren in de gemeente Zeist al twee monumenten opgericht. De eerste nationale
feestdag na de bevrijding was de verjaardag van prins Bernhard op 29 juni. Op
deze dag werd in Zeist de eerste Dodenherdenking gehouden. Er werd een
bijeenkomst gehouden in het Walkartpark, waar een eenvoudig, meer dan manshoog,
houten kruis als voorlopig monument was opgesteld. Het eerste definitieve
oorlogsgedenkteken werd in Den Dolder opgericht. Het staat op de hoek van de
Dolderseweg en de Hertenlaan-West.
De behoefte aan oorlogsmonumenten na 1945
vormde een uitdaging voor de beeldhouwkunst. Voor die tijd stond de beeldhouwkunst
in dienst van de architectuur. De Nederlandse Kring van Beeldhouwers
organiseerde in het najaar van 1946 in het Stedelijk Museum te Amsterdam de
tentoonstelling ‘Monumenten’. Het was een tentoonstelling van ontwerpen naar aanleiding
van een prijsvraag voor een monument ter herinnering aan de tien verzetsmensen uit Renesse (gemeente
Schouwen-Duiveland) die op 10 december 1944 door de bezetter waren
gefusilleerd. Om een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van de
kundigheden van de beeldhouwers, werden ook ontwerpen voor monumenten
geëxposeerd, die buiten het verband van de prijsvraag waren gemaakt. De
tentoonstelling was niet zonder betekenis. Vakbekwame beeldhouwers kwamen in
contact met gemeentebesturen en plaatselijke oprichtingscomités.
De oorlogsmonumenten die tussen 1945 en 1950
in de provincie Utrecht geplaatst werden, zijn – behalve in de vorm van een
zuil of metselwerk – alle figuratieve beelden of beeldgroepen. Voorbeelden
hiervan in Zeist zijn het Zeist-monument op het sportveld aan de Dijnselburgerlaan
(zuil), de Bevrijdingsbank aan de Dolderseweg, hoek Hertenlaan-West (metselwerk)
en het Monument voor de gevallenen in het Walkartpark (figuratief beeld).
Het is opvallend dat de oorlogsmonumenten die
in de vorige eeuw werden opgericht tot stand zijn gekomen op initiatief van
particulieren, verenigingen en comités en door hen ook de kosten werden
gedragen. Een uitzondering is het houten kruis op de hoek van de Dolderseweg en
de Willem Arntszlaan in Den Dolder. Dit is in 1970 in opdracht van de gemeente
geplaatst.
De oprichting van de laatste twee
oorlogsmonumenten, het joods monument (2001) en het Indië-gedenkteken (2002), werd
in handen van het gemeentebestuur gelegd.
Onduidelijk is wie in juni 1945 het initiatief
genomen heeft voor het oprichten van een voorlopig gedenkteken in het
Walkartpark.
Niet altijd een monument
Op diverse plaatsen in ons land zijn
oorlogsmonumenten opgericht ter herinnering aan omgekomen personeel. Een
voorbeeld is het gedenkraam aan de Marnixstraat 317 in Amsterdam. Dit
gebrandschilderd glas-in-loodraam werd in 1946 onthuld ter herdenking van het
omgekomen personeel van de gemeentelijke sociale dienst van Amsterdam.
In de oorlog is ook personeel van de gemeente
Zeist om het leven gekomen, te weten A.G.J. Elskamp (1895-1944), E.F. la House (1919-1944),
P.C. Jutte (1919-1945), C. Keiser (1916-1945), J.R. de Mildt (1924-1944), J. Pomstra
(1923-1944), J. Schep (1898-1945), A.O.H. Tellegen (1907-1943), F. Viola (1918-1945)
en W. van Wijk (1913-1945). Zij waren werkzaam bij verschillende gemeentelijke
diensten. In 1947 was er een verzoek van de heer P.A. van der Werff, zelf
werkzaam op het gemeentehuis, om voor hen een monument op te richten. Wethouder
Dijkema vroeg in de vergadering van burgemeester en wethouders op 18 oktober
1947 het oordeel over het aanbrengen van een plaquette in het gemeentehuis ter
herdenking van de in de bezettingsjaren om het leven gekomen
gemeenteambtenaren. De gemeentesecretaris besprak deze aangelegenheid met de
diensthoofden, die op hun beurt hierover het personeel hoorden. Op 7 februari
1948 deelde de gemeentesecretaris aan burgemeester en wethouders mee dat er
voor het verzoek van Van der Werff geen steun te vinden was. Er werd hierbij
geen motivatie gegeven. Het gemeentebestuur heeft verder geen stappen
ondernomen en zich bij deze beslissing neergelegd.
Op meerdere plekken is ons land waar mensen
door de bezetter werden gefusilleerd zijn monumenten opgericht, zoals in onze
gemeente aan de Soestdijkerweg, waar op 5 april 1945 tien mannen werden
gefusilleerd. Dat geldt niet voor elke fusilladeplaats in Zeist. H.E. Rijnders
(1885-1945) en de broers A. Schaafsma (1914-1945) en K. Schaafsma (1922-1945),
alle drie inwoners van Zeist, werden in de loop van de avond van 4 mei 1945
vlak na elkaar op dezelfde plek in de bossen bij Austerlitz door een commando
van de SD waarvan ook Nederlanders deel uitmaakten, doodgeschoten. Dat gebeurde
aan de rand van een speciaal daartoe gegraven kuil, die direct na de executie
met aarde werd dichtgegooid. Hun lijken werden pas op 30 mei van dat jaar gevonden.
Enige vorm van proces is aan deze fusillade niet vooraf gegaan.
De broers Schaafsma waren eind april 1945
gearresteerd, omdat zij verdacht werden van ‘terroristische’ handelingen.[1] Arie was aangesloten bij de Nederlandse
Binnenlandse Strijdkrachten. Waarschijnlijk was Klaas dat ook. Van Rijnders is
bekend dat hij lid van het verzet was. Na hun arrestatie werden de broers
Schaafsma opgesloten in de kelder van Huize Cattenbroeck aan de Koppelweg.
Omstreeks half april had het commando van de Sicherheitsdienst dat voor hun
dood verantwoordelijk was, zijn intrek in dat pand genomen. Vooral Klaas is
tijdens de verhoren zwaar mishandeld.
Rijnders ligt op het Nederlands ereveld Loenen
te Apeldoorn, vak E, graf nummer 1301, begraven en de broers Schaafsma op de
Nieuwe Algemene Begraafplaats te Zeist, vak C, graf nummer 1472.
Bijna had de gemeente Zeist een nationaal
herdenkingsmonument binnen zijn grenzen gehad. De Stichting Nederlandse
Slachtoffers Japanse Vrouwenkampen vroeg op 27 augustus 1971 aan burgemeester
en wethouders medewerking te verlenen om te komen tot de oprichting van een
monument ter nagedachtenis aan de gevallenen in Japanse kampen. De gemeente gaf
te kennen haar medewerking te willen verlenen. Het plantsoen op de hoek van de
Boulevard en de Verlengde Slotlaan werd als een geschikte locatie aangewezen.
In oktober liet de Stichting Nederlandse Slachtoffers Japanse Vrouwenkampen
weten dat het gemeentebestuur waar het monument oorspronkelijk zou worden
opgericht, onverwacht een plaats voor het monument had aangeboden. Nog in 1971
werd het monument in Apeldoorn door koningin Juliana onthuld. Sinds 1985 staat
het monument in Arnhem.
Naast het raadhuis aan Het Rond staat sinds
1954 het beeld ‘Vrouw met draperie’ van Charles Weddepohl (1902-1976). Ten
onrechte wordt wel eens aangenomen dat dit beeld een oorlogsmonument zou zijn.
Inventarisatie
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei nodigde in
2001 de colleges van burgemeester en wethouders uit deel te nemen aan het
project ‘Nationale Website Oorlogsmonumenten’. Met dit nationale project werd
voor het eerst een digitaal overzicht samengesteld van alle oorlogsmonumenten
en herdenkingen die daarbij worden georganiseerd ter nagedachtenis aan allen –
burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden, of waar ook ter
wereld, zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in
oorlogssituaties en bij vredesmissies. In Nederland zijn er meer dan
tweeduizend oorlogsmonumenten, maar tot dan bestond er geen nationaal overzicht
van deze monumenten. Gebleken was dat de kennis over de monumenten gering was,
niet alleen bij jongeren maar ook bij volwassenen.
Het verzoek gericht aan het college van
burgemeester en wethouders van Zeist kwam voor de beantwoording bij het
Gemeentearchief Zeist binnen. Twintig oorlogsmonumenten waren ons bekend.
Alleen hadden wij van een aantal de gevraagde gegevens niet paraat. Een
uitvoerig onderzoek werd uitgevoerd en de oorlogsmonumenten in loco opgenomen.
In 2002 werd nog een oorlogsmonument onthuld. Daarmee kwam het totale aantal op
21.
Velen zijn er zich niet van bewust dat Zeist
zo rijk is aan oorlogsmonumenten. Het gemeentebestuur schreef in 1969 aan de
commissaris van de Koningin dat in de gemeente twee (!) verzetsmonumenten stonden,
in het Walkartpark en aan de Soestdijkerweg. In Sta een ogenblik stil...(Kampen
1980) worden maar vier monumenten genoemd en in Oorlogsmonumenten in de
Provincie Utrecht (Stichtse Monumenten Reeks, Utrecht 1995) staan onder
Zeist slechts zeven monumenten vermeld.
Op de website www.oorlogsmonumenten.nl staan in
het kort de gegevens van de oorlogsmonumenten van Zeist vermeld. Als
herinnering aan de oorlog en aan de bevrijding werden in 1945/1946 op verschillende
locaties vier bomen geplant. Drie bomen zijn helaas gekapt. Mogelijk door
onwetendheid. De gegevens over deze monumenten kan men op de website niet vinden;
evenals van het voorlopige monument in het Walkartpark.
In deze publicatie hebben wij de monumenten
uitvoerig beschreven en zijn wij dieper ingegaan op gebeurtenissen die
aanleiding hebben gegeven voor de oprichting van bepaalde monumenten.
Laatste mutatie: 30-10-2005
|