Inhoudsopgave
Voorwoord
Inleiding
Aanvulling

Overzichten:
- Gesneuvelde militairen uit Zeist
- In Zeist gesneuvelde militairen
  van buiten Zeist

- Gesneuvelde geallieerde
  militairen

- Gesneuvelde Duitse militairen
- Gesneuvelde militairen uit Zeist
  in dienst van het Duitse leger

- Omgekomen illegale werkers uit   Zeist
- Omgekomen Zeistenaren
- In concentratiekampen
  omgekomen joodse Zeistenaren

- In Zeist omgekomen burgers
  van buiten Zeist

- In Zeist begraven omgekomen
  burgers van buiten Zeist

- In Indonesië gesneuvelde
  militairen uit Zeist

- Tijdens de Koreaanse oorlog
  gesneuvelde militair uit Zeist

- Tijdens de Irakoorlog
  gesneuvelde militair uit Zeist


Afkortingen
Bronnen

Heeft u aanvullende informatie?

Download printbare versie

bijgewerkt op: 28-03-2009
 
  Omgekomen militairen en burgers

Register van sinds 1940 in oorlogssituaties omgekomen militairen en burgers met als laatste woonplaats Zeist of in Zeist gewoond hebbend en van militairen en burgers die in Zeist begraven liggen of gelegen hebben.

Door R.P.M. Rhoen

Inleiding
De gemeente Zeist telt zeventien oorlogsmonumenten. Bijna al deze monumenten herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. De meeste zijn van steen, van metaal of hout gemaakt, maar er is ook een groen monument bij, een herinneringsboom. De redenen dat zij werden opgericht zijn verschillend. Zo staat er een monument op de fusilladeplaats aan de Soestdijkerweg als herinnering aan de tien mannen die daar op 5 april 1945 standrechtelijk werden gefusilleerd. In het Walkartpark is een monument opgericht met de namen van de 102 omgebrachte joodse inwoners. Het enige monument dat niet aan de Tweede Wereldoorlog herinnert, staat ook in het Walkartpark. Op dit monument staan de namen van de militairen die tussen 1945 en 1950 in Nederlands-Indië tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd hun leven hebben verloren.
In Zeist zijn op 20 oktober 1952 aan de straten in een nieuwbouwwijk namen gegeven van omgekomen Zeister verzetsmensen. L. Visser heeft zijn boek ‘De straatnamen van Zeist’ (Zeist, 1988) de ondertitel van ‘Ook straatnamen zijn monumenten’ meegegeven. Zo beschouwd is ook de Verzetswijk een oorlogsmonument.
Aan deze reeks oorlogsmonumenten zouden wij een nieuw monument willen toevoegen. Een monument in digitale vorm. Dit monument bestaat uit twaalf lijsten waarop de namen staan van de mensen, zowel militairen als burgers, die sinds 1940 door oorlogsomstandigheden om het leven zijn gekomen. Het zijn bijna allemaal Zeistenaren. Het begrip Zeistenaar wordt ruim geďnterpreteerd. Er wordt onder verstaan zij die in Zeist werden geboren of er gewoond hebben. Opgenomen zijn ook de namen van niet-Zeistenaren die in Zeist gesneuveld zijn of om het leven zijn gekomen of er zijn begraven.

De vijf lijsten waarop de namen staan van de Nederlandse en geallieerde militairen en de lijst van de illegale werkers zijn de erelijsten.
Vier lijsten geven de namen van burgerslachtoffers. Zij kwamen onder andere om het leven in Duitse concentratiekampen of Japanse interneringskampen of bij bombardementen of beschietingen. Hierop treft u de naam van de dichter-schrijver Hendrik Marsman (Zeist 1899-aan boord van de Berenice in Het Kanaal 1940) niet aan. Men nam aan dat de Berenice door een Duitse torpedo was getroffen. In 1986 stelde een zeehistoricus vast dat op die dag geen schip dat in dat deel van Het Kanaal voer door een Duitse onderzeeboot was getorpodeerd. De dood van Marsman kan daarom niet teruggevoerd worden op oorlogsgeweld.
Niet allen die op deze lijsten staan, zijn door oorlogshandelingen om het leven gekomen. Enkele personen werden geliquideerd, omdat zij het verzet in gevaar brachten of verraad hadden gepleegd.
In andere gevallen bestond er twijfel of iemand vermeld moest worden als oorlogsslachtoffer. Bij het uitbreken van de Tweede wereldoorlog hebben veel mensen, vooral joden, zelfmoord gepleegd. Tijdens de oorlog zijn er ook mensen geweest die niet meer tegen de omstandigheden waren opgewassen en zich van het leven benamen. Men zou hen eveneens als oorlogsslachtoffers kunnen zien. Zo pleegde het bejaarde echtpaar Kliphuis-Moolhuizen uit Zeist op 31 oktober 1944 zelfmoord. Zij kwamen tot deze fatale daad uit oorlogsmoeheid en nadat hun woning op 30 oktober 1944 door de Duitse weermacht was gevorderd, konden zij het leven niet meer aan.
Zo bestond er ook twijfel in het volgende geval. In de winter van 1944 was een groot gebrek aan brandstof. Veel Zeistenaren gingen in de bossen klandestien bomen kappen. In de morgen van 2 december 1944 betrapte boswachter Adriaan Hofland twee manspersonen die in het bos bij Hoogkanje bezig waren zonder vergunning van de boseigenaar een boom om te zagen. Toen Hofland hen naar hun persoonsbewijs vroeg, trok een van hen een pistool en schoot hem neer. Aan de gevolgen van deze schietpartij is hij op 18 december overleden. Men zou Hofland als oorlogsslachtoffer kunnen zien, maar aan de andere kant is hij als gevolg van een misdaad om het leven gekomen.
Ook zijn niet opgenomen de namen van de personen die bij verkeersongelukken met Duitse militaire auto’s die in Zeist hebben plaats gevonden, hun leven hebben verloren. Het waren wel oorlogsomstandigheden waarin de ongelukken plaats vonden, maar de ongelukken werden er niet door veroorzaakt. Hierop is een uitzondering gemaakt. Op 7 mei 1945 werd om 7.45 uur de uit Arnhem geëvacueerde Jacob Zieverink lopend op het trottoir in de 2e Dorpsstraat door een zeer snel rijdende Duitse auto van het Rode Kruis die bestuurd werd door een SS’er aangereden en zwaar gewond. Hij is een paar dagen later aan zijn verwondingen overleden.
In dit overzicht hadden wij ook de omgekomen joodse burgers niet willen opnemen, omdat zij allen worden vermeld in Zij zochten Adullam in Zeist. Overzicht van de joodse inwoners van de gemeente Zeist, 1940-1945 (Zeist 2001) door R.P.M. Rhoen. Op verzoek van bezoekers van de site is alsnog besloten een overzicht van deze slachtoffers aan het register toe te voegen.
Een overzicht vermeldt de Duitse militairen die in Zeist gesneuveld of overleden zijn. Verder is er een lijst waarop de namen staan van de Zeistenaren die in Duitse dienst gesneuveld of overleden zijn. Verschillende van hen bezaten de Duitse nationaliteit en moesten in militaire dienst. Anderen die op dezelfde lijst staan, hebben een foute keuze gemaakt. Zij geloofden in een ideologie die verwerpelijk was. Het zal mogelijk mensen kwetsen de namen te lezen van foute Nederlanders en van Duitse militairen. Wij hebben echter gemeend dat in een historisch document hun namen niet mochten ontbreken. Bijna zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog moet het toch mogelijk zijn, althans laten we het proberen, om tot verzoening te komen met het verleden.

In de raadsvergadering op 14 februari 1946 deed de burgemeester verslag over de gebeurtenissen en de ontwikkeling van de gemeente gedurende de oorlogsjaren. Volgens de toenmalige officiële gegevens waren 22 Zeister ingezetenen in de strijd tegen Duitsland gesneuveld en vier personen vermist; zes inwoners gedood bij de beschieting van een levensmiddelentransport, dertig personen gedood bij bombardementen (waaronder vijftien inwoners van Zeist), acht personen gefusilleerd en waren dertig personen nog niet teruggekeerd uit het buitenland. Het valt op dat de burgemeester in dit verslag niet expliciet de omgekomen verzetsmensen noemt. Volgens dit verslag bedroeg het aantal slachtoffers uit Zeist ‘slechts’ 85.
Een overzicht dat enkele jaren later werd opgemaakt vermeldt:

  • gesneuveld op 10 mei 1940: 26
  • door bombardementen en beschieting gedood: 38
  • door verzetshandelingen gefusilleerd: 56.
Het aantal omgekomenen van 120 in dit overzicht is beduidend hoger.

In de Zeister Post van zaterdag 7 juli 1945 stond het volgende bericht: ‘Oproep. Zij, die inlichtingen kunnen verstrekken omtrent een der tot de volgende groepen behoorende personen (inwoners van Zeist):

  1. Sedert 10 Mei 1940 in Nederlandschen Krijgsdienst gesneuvelde militairen
  2. Tijdens de bezetting door de Duitschers gefusilleerde gijzelaars, illegale werkers, politieke gevangenen e.d.
  3. Personen, die in concentratiekampen zijn omgekomen
  4. Op andere wijze door de bezettende macht wegens hun houding of daden om het leven gebrachte personen, worden verzocht hiervan aangifte te doen aan het Plaatselijk Bureau van Neerlands Volksherstel, Utrechtscheweg 105. Formulieren aldaar verkrijgbaar.’
Zo’n advertentie geeft de onzekerheid aan waarin mensen jarenlang hebben geleefd. Sinds die oproep in de krant zijn veel namen van gesneuvelden en slachtoffers door diverse instanties geregistreerd.
Door wethouder Schmidt werd een namenlijst van in de Tweede Wereldoorlog omgekomen illegale werkers opgesteld. De afdeling bevolking heeft de lijst aangevuld met verdere persoonlijke gegevens. De lijst werd om advies voorgelegd aan de Rijksdienst voor Oorlogsdocumentatie. (inv.nr. 117; 1946-1965)
Een ander overzicht is de lijst van gesneuvelde (Zeister) verzetsmensen uit 1948 van kapitein A. Bos jr. (schuilnaam oom Jan) te Zeist, waarop meer personen vermeld staan dan op de lijst van wethouder Schmidt. Deze lijst bevindt zich in het archief van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (N.I.O.D.).
Veel informatie verschaft het Slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting, die op de website www.ogs.nl is te raadplegen.
Voor het samenstellen van de verschillende overzichten zijn door ons deze bronnen, maar ook nog andere bronnen, geraadpleegd. Indien verschillen werden geconstateerd in personalia en andere gegevens, werden die gegevens overgenomen en de bron tussen haakjes vermeld.

De commissaris van politie van Zeist plaatste in het Zeister Nieuwsblad van 8 maart 1946 een bericht met de volgende inhoud: “Wie kan inlichtingen verschaffen? Op 27 Maart 1942 is nabij Woudschoten een Engelsche twee-motorige bommenwerper brandend neergestort. Van de bemanning werden drie lijken geborgen, terwijl het stoffelijk overschot van een ander lid der bemanning werd begraven tusschen de Stuifheuvel en Woudschoten. Op het graf werd een houten kruis geplaatst. Namens de Royal Air Force verzoekt de Commissaris van Politie te Zeist hen, die omtrent dit graf, of omtrent het daarin begraven lijk, inlichtingen kunnen verschaffen, zich zoo spoedig mogelijk te vervoegen aan het Bureau van Politie te Zeist, Utrechtseweg 141,” De namen van de drie geborgen bemanningsleden zijn bekend. Hoe staat het dan met dit graf? Was het een verhaal dat op mogelijk op fantasie berustte en dat in Zeist de ronde deed? Uit onderzoek door de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 is niet gebleken dat er een vierde bemanningslid aan boord van het vliegtuig was.
Dit overzicht zal waarschijnlijk niet volledig zijn en heeft ook niet die pretentie. Aanvullingen zijn welkom. Die kunt u sturen aan pierre@rhoen.nl.

Laatste mutatie: 28-03-2009